Nederland heeft de invoering van eurobonds geblokkeerd, bij het opzetten van een steunpakket om de coronacrisis te bestrijden.

Eurobonds geven de eurolanden de mogelijkheid om gezamenlijk schuld uit te geven.

Landen als Italië zouden gebruik kunnen maken van de hoge kredietwaardigheid van Noord-Europese landen.

Op de langere termijn kan de discussie over eurobonds oplaaien, als Italië afstevent op een schuldencrisis.

Valutahandelaren beginnen dit soort risico’s in te prijzen, aldus valuta-expert Joost Derks.

ANALYSE – “Als je huis in brand staat wil ik graag helpen met blussen, maar ik wil niet je hypotheek overnemen”, vatte satirius Arjen Lubach het Nederlandse sentiment over eurobonds samen.

Die oneliner is wat kort door de bocht, maar hij legt de vinger wel op een gevoelig punt.

In het Europese steunpakket van 540 miljard euro voor de coronacrisis dat er nu ligt, zijn eurobonds niet nodig om de brand in Zuid-Europa te blussen.

Het is echter niet de eerste keer dat het idee van gezamenlijke obligaties naar voren wordt geschoven. En ook niet de laatste.

Er werd ook al over eurobonds gesproken tijdens de Europese schuldencrisis, eind 2011. Het gaat hierbij om leningen waarbij alle Europese landen gezamenlijk garant staan. Daarvan kunnen landen profiteren die zelf tegen minder gunstige voorwaarden nieuwe leningen uit kunnen schrijven, omdat beleggers wat minder vertrouwen hebben om hun vermogen om die leningen ook weer af te lossen. Zoals het Griekenland in 2011. Of Italië nu.

Ook zonder eurobonds kan Italië goedkoop lenen


Nederland en andere Noord-Europese landen zijn echter fel tegenstander van deze eurobonds. Ze zijn bang dat de spilzucht van Zuid-Europese landen verder toeneemt als deze kraan van goedkoop geld wordt opengedraaid.

Bovendien zijn de leenkosten voor Italië ook niet zo hoog dat eurobonds onvermijdelijk waren. De rente over een Italiaanse staatsobligatie met een looptijd van tien jaar komt op 1,65 procent. Dat is dubbel zoveel als een half jaar geleden, maar in absolute zien niet extreem hoog.

Italië is dus ruim 1,5 miljard euro per jaar kwijt als het nu 100 miljard euro extra leent om de economie op gang te houden.

Ter vergelijking: als Nederland dat doet, krijgt de overheid bij de huidige rentestand bijna 70 miljoen euro per jaar geld toe, vanwege de negatieve rente op Nederlandse staatspapier.

De oorzaak van het renteverschil tussen Nederland en Italië is dat Nederland het huishoudboekje keurig op orde heeft gebracht. De staatsschuld als percentage van het nationaal inkomen is de afgelopen zes jaar gedaald van 67 procent naar minder dan 50 procent.

In Italië is die schuldverhouding juist geleidelijk opgelopen naar 138 procent.

Italië kan eurozone in de problemen brengen


Voorlopig kan Italië het nog zelf bolwerken, maar waarschijnlijk staat Nederland in de toekomst met andere Noord-Europese landen voor een lastig dilemma.

Als je eurobonds weigert, verklein je voor jezelf de fiscale risico’s, maar zet je wel de relatie met heel Zuid-Europa onder druk. Je berooft die landen van de middelen om de vastgelopen economie weer op gang te brengen.

Het is een kwestie van tijd voordat het vuur ergens anders weer oplaait. Het gevaar blijft bestaan dat het vuur ooit zo fel wordt, dat de hele Europese Unie uit elkaar valt.

Valutahandelaren zijn ondertussen hard bezig om dit soort risico’s in te prijzen. Terwijl beurskoersen de afgelopen weken omhoog vlogen, leverde de euro afgelopen weken terrein in ten opzichte van dollar en pond. De bescheiden opleving na het akkoord van donderdagavond, wist die schade niet uit.

Joost Derks is valutaspecialist bij iBanFirst. Hij heeft ruim twintig jaar ervaring in de valutawereld. Deze column geeft zijn persoonlijke mening weer en is niet bedoeld als professioneel (beleggings)advies.